MaasBandProject
2019 - 2025


Historische dijken in de Limburgse Maasvallei:
De kansen voor nader onderzoek in Maasband


Auteurs: Pieter Caljé [1] en Rob Paulussen [2]


Van de geschiedenis van dijken in Limburg, in het bijzonder in de Belgisch-Nederlandse Grensmaasvallei, is nog weinig bekend, en dat ze er uberhaupt waren nauwelijks meer. Op het congres The Biography of the Meuse [3] dat op 17 en 18 januari 2019 in Venlo en Maastricht werd gehouden wist één van de sprekers, die bij de ontwikkeling van de Maaswerken betrokken was, te vertellen dat Limburg in de geschiedenis geen dijken had gehad. Dit voorbeeld laat zien waarom het echt van belang is dat de geschiedenis van dit type historische land- schapselementen aan de vergetelheid wordt ontrukt. Zonder het besef van hun bestaan en hun geschiedenis is het onmogelijk ze een rol te geven in ontwerpen voor de toekomst en beroven we ons van een diepgaande reflectie over de relatie tussen mens en omgeving in het Maasdal.[4]
Juist de Limburgse dijken zijn vanuit oogpunt van de relatie tussen mens en water interessant. Hans Renes heeft al in 1995 laten zien dat de rivierdijken in het Maasdal tussen Eijsden en Mook fundamenteel afwijken van die in de Nederlandse rivierdelta, omdat de Maas in Limburg gekenmerkt wordt door grote debietvariaties.[5] In het westelijke en centrale rivierengebied zijn de nederzettingen door ringdijken rondom beschermd. In Limburg is dat niet het geval.
De historische dijkontwikkeling in Nederland begon met dijken haaks op de stromingsrichting (zijdewendes), die vervolgens langs de nederzetting aangevuld werden met leidijken daar weer haaks op (voorwendes en achterwendes). In het Midden- Nederlandse riviergebied werd dit dijkensysteem uiteindelijk gesloten tot ringdijken. Deze laatste fase is, op twee uitzondering na,[6] niet langs de Limburgse Maas toegepast. Daar zijn de dijken stroomafwaarts nooit gesloten.

Als verklaring wordt genoemd dat in Limburg bij hoogwater door het grindpakket veel kwelwater achter de dijken kan opborrelen, waardoor er bij een gesloten dijksysteem een badkuipeffect kan ontstaan, dat hier juist bedreigender was. Door het relatief grote verhang in de Maas in Limburg, de aanwezigheid van vele oude Maaslopen en het ont- breken van bodeminklinking zoals in West-Neder- land, blijft bij overstromingen de wateroverlast in dit niet-gesloten systeem beperkt en blijven de hoger gelegen nederzettingen meestal boven water. En als dat incidenteel niet het geval is, blijft de wateroverlast binnen de perken en kan het water bij het zakken van het peil ook weer snel weg. Het overstromen van de velden met rivierslib was voor de komst van de kunstmest bovendien niet slecht voor het op peil houden van de vruchtbaarheid van de velden voor de landbouw. Er was tot de over- stromingen van 1993/1995 kennelijk geen noodzaak voor het doorontwikkelen van het dijkensysteem zoals dat in laag Nederland wel is gebeurd.

Afb. 1: Het eiland Maasband bij hoogwater in 1993. De foto toont duidelijk de historische dijkenstructuur rond Maasband.       1 = Veldschuurdijk 2 = Nieuwe Dijk 3 = Middendijk/Komdijk 4 = Oeverendijk/ Scheveleers- koelendijk. (Bron luchtfoto: Archief RWS, Bart van Eyck) De Nieuwe Dijk is rond 1875 aangelegd. De andere dijken zijn ouder, maar hoe oud is vooralsnog onbe- kend. Het hoogwater werd voordat in de 19de eeuw de Nieuwe Dijk werd aangelegd gedeeltelijk naar het oosten langs de Oeverendijk afgeleid, waardoor de waterdruk op de dwars op de stroomrichting gelegen Komdijk en Middendijk werd beperkt.

Maar de geschiedenis van de Limburgse dijken is lang nauwelijks onderzocht. Vanuit onderzoek naar waterbeheersing is Limburg kennelijk niet het eerste gebied waaraan gedacht wordt, en de lokale onderzoekers koesterden aanvankelijk vooral de plaatselijke identiteit van kastelen en landbouw, en bekommerden zich minder om de waterbeheer- sing. Gelukkig is daar nu verandering in aan het ko- men.

Bij Maasband lag tot voor kort nog een compleet historisch dijkenstelsel, waarvan de oudste cartografische weergave uit 1656 dateert. We weten na- tuurlijk wel hoe dit stelsel in de 19de en 20ste eeuw is uitgebouwd en gemoderniseerd, maar weten niet wanneer de oudste dijken zijn aangelegd. Die zullen, gezien de minimale ouderdom van de neder- zetting, waarschijnlijk van voor 1500 dateren. Maar
meer weten we niet. Kennis van de ouderdom en functie is niet
alleen van belang voor de geschiedenis van de waterbeheersing, maar ook voor de geschiedenis van de loop van de Maas, die juist hier zowel morfologisch als hydrologisch zeer dynamisch is geweest en daardoor een grote impact heeft gehad op het cultuurlandschap. Eén van de historische dijken bij Maasband, de Oeverendijk, beschermde tegen overstromingen vanuit een nu niet meer bestaande aangrenzende Maasloop. Daarnaast is kennis van de ouderdom van de dijken van belang voor de geschiedenis van de nederzetting waarvan de precieze ouderdom dus nog niet is vastgesteld, alsmede voor het historische landgebruik vanuit het aangrenzende Stein.
Maar ook in breder verband zijn dit soort vragen van belang. De dijken vormen de meest duidelijke fysieke neerslag van de relatie tussen mens en rivier. Behalve een beschermende functie tegen hoogwater kunnen dijken ook andere functies heb- ben gehad, bijvoorbeeld voor transport, bescherming tegen landverlies en voor grensafbakening en zelfs grensverlegging. Dijkconstructies kunnen namelijk zelfs strategisch zijn ingezet om eigen land- bezit niet enkel te beschermen, maar zelfs te vergroten. Dijken kregen daarmee ook een sociaal- economische en een politieke functie. Maar van wie waren de dijken en welke juridische status hadden ze in de loop der tijd?[7]

Is dit historisch dijkenlandschap representatief voor Europese middenrivieren en welke rol speelt het landschappelijke schaalniveau hierin? Is er sprake van een regionaal samenhangend systeem waarbij dijkaanleg onderling afgestemd werd? De vraag is ook in hoeverre de dijkaanleg direct ver- band houdt met historische extreme hoogwatergebeurtenissen vergelijkbaar met de hoogwaters van 1993 en 1995? Vormden hoogwatergebeurtenissen in het verleden die wij al dan niet kennen uit historische bronnen de directe aanleiding voor de aan- leg van de dijken of gebeurde dit meer preventief op basis van mondeling overgeleverde gemeen- schappelijke kennis?
Dijken hebben uiteindelijk ook een invloed gehad op de  verdere  lange-termijndynamiek  van  het rivierdallandschap van de Maas met de huidige Maasprojecten als meest recent kantelpunt. Met de veranderende stroom- en inundatiepatronen ver- anderen ook de sedimentatieprocessen. Trans- portroutes en landgebruik worden aangepast. Vegetatiegordels langs en op de dijken doen een specifiek landschapsbeeld ontstaan en wellicht hebben ze een brand- en geriefhoutfunctie gehad voor nabijgelegen nederzettingen. In dit laatste type vragen, die bedijking in het bredere kader van het historisch functioneren van de rivier bekijken, ligt een uitdaging voor interdisciplinair historisch- geografisch en geoarcheologisch onderzoek.

Maar het gaat niet alleen om de ouderdom van de dijken, maar ook om hun constructie. Ze maken deel uit van het (landschaps)archeologisch bodem- archief dat ons inzicht geeft in de aanleg en de aan- passing van de dijk en de kracht ervan.
In de woorden van Hans Renes:
“De dijk zelf is een archeologisch archief, door de gelaagdheid die inzicht geeft in de geschiedenis (en die de dijk vaak steviger blijkt te maken dan model- berekeningen suggereren). Een doorsnede door een dijk geeft een prachtig beeld van vroegere hoogte en materiaalgebruik. Wegen die de dijk kruisen, zien we terug in coupures en de bijbehorende schotbalkenhuisjes.” [8]


Afb. 2: De historische Scheleerskoelendijk tussen de Maasban- derkerkweg en de Maasbanderweg.                                                     Foto: R. Paulussen 15-10-2020

Afb. 3: Overzicht van de ligging van verschillende historische dijklichamen bij Maasband.[9] Onder- grond: Rivierkaart RWS uit 1895.

Historische dijken passen daarnaast goed in het landschapsbiografieconcept, omdat ze (zeker als regionaal systeem, maar veelal ook als object) een lange termijn-geschiedenis hebben en tegelijkertijd plotse functiewijzigingen kennen waardoor er sprake is van breuklijnen in hun (systeem)geschiedenis.

De voortgang van de Maaswerken bij Maasband middels de aanleg van een hoogwaternevengeul scheppen tot dusver een unieke kans om onze ken- nis van de historische Limburgse dijkaanleg en omgang met het water sterk te vergroten. Want dit historische dijkstelsel zal grotendeels vernietigd of aan het zicht onttrokken worden. Deels is dit al ge- beurd met de Oeverendijk en de Middendijk. Dit is natuurlijk allereerst betreurenswaardig, ook al omdat die vernietiging mogelijk mede voortkomt uit het gebrek aan besef van het belang van de historische dijken voor diverse (toekomstige) functies. Maar, omdat de dijken al dan niet gedeeltelijk toch vernietigd worden, kunnen ze vooraf destructief gravend onderzocht worden, waardoor uitgebreid onderzoek naar de constructiewijze, (voormalige) functie en ouderdom goed mogelijk zou moeten zijn. Dit (geo)archeologisch onderzoek beperkt zich daarbij niet enkel tot de dijklichamen zelf, maar biedt de mogelijkheid om deze contextueel in relatie tot de sedimentatiegeschiedenis van de aangrenzende en onderliggende alluviale dalbodem te bestuderen middels grote dwarsprofielen met mogelijk een hoogwaardige dataset. De dataset biedt naar verwachting grote mogelijkheden voor diverse vormen van specialistisch onderzoek dat meer inzicht kan bieden in de geschiedenis van deze dijken.

Het citizen science-project genaamd het MaasBandProject heeft middels een uitgebreide bureaustudie reeds de basis voor nader archeologisch en landschappelijk onderzoek gelegd.[10] Op basis van deze studie zijn achttien onderzoekslocaties met bijbehorende (voorlopige) onderzoeksdoelen en - vragen geselecteerd, waartoe meerdere historische dijklichamen behoren (afb. 3).
Het Consortium Grensmaas, dat verantwoordelijk is voor de aanleg van de nevengeul, verleent actief medewerking aan dit meerjarig veldonderzoek dat in 2022 is gestart. In het kader van het Maasband- project heeft in september 2022 een dijkonderzoek plaatsgevonden in samenwerking met de universiteit van Wageningen (project Earthworks) en de RCE ter plaatse van het noordelijke deel van de Scheveleerskoelendijk. In 2024 staat een tweede veldonderzoek op de planning op de plek waar de nevengeul de historische Veldschuurdijk tussen Meers/Veldschuur en Maasband zal gaan doorsnijden.


1] Pieter Caljé is historicus en werkzaam geweest als universitair hoofddocent landschappelijk erfgoed aan de universiteit van Maastricht, voorzitter van de cie. Land- schapsgeschiedenis van het LGOG en lid van de Maas- BandProjectwerkgroep (p.calje@tip.nl).
2] Rob Paulussen is voorzitter van de MaasBandProject- werkgroep, lid van de cie. Landschapsgeschiedenis van het LGOG en werkzaam als (geo)archeoloog bij ArcheoPro (r.paulussen@archeopro.nl).

3] The Biography of the Meuse. An Expert Meeting. Organized by the Limburg Museum and Maastricht University 17-18 January 2019.

4] In bijvoorbeeld Winden, Alphons van, Willem Overmars &  Michelle  de  la  Haye,  Ontwerp  Grensmaas en historische referenties in: Landschap 19 (2002) 1 36-47 worden de historische referenties uitsluitend natuurhistorisch en niet cultuurhistorisch opgevat.
5] Renes, Hans, ‘Dijken langs de Limburgse Maas’. Historisch-Geografisch Tijdschrift 13 (1995) 1, 1-8, Pleijster, Eric-Jan & Cees van der Veeken, Dijken van Nederland (LOLA Landscape Architects). NAI 010, Rotterdam 2014,
306. Ook Rouke van der Hoek heeft zeer recent aandacht aan de Limburgse dijken besteed, waarbij hij aansluit bij Hans Renes en Pleijster en Van der Veeken. Hoek, Rouke van der, De Maas van rivier naar systeem. De geschiedenis van de waterwegen tussen Luik en de Delta. Uitgeverij TIC 2023, 29-31
6] Te weten: het landgoed Osen en het Hornergrind.


































7] Soens, T., 2013. Flood security in the Medieval and Early Modern North Sea Area, a question of entitle- ment? Environment and History, 19 (2013): 209–232















8] Renes, H., ‘Dijken als erfgoed’ in: Pleijster, Eric-Jan & Cees van der Veeken, Dijken van Nederland (LOLA Landscape Architects). NAI 010, Rotterdam 2014, 142-144.

































9] Bron: Borgh e.a. 2020 (zie voetnoot 10)














10] Borgh, H. van der, P. Caljé, M. van Es, W. Hendrix, W. Janssen, W. Klarenaar, D. Lemmens, R. Paulussen, G. Peters, L. Wiggers en H. Wijnen, 2020. Het Maasband- project.  Archeologisch  en  landschapshistorisch bureauonderzoek van de Grensmaas - deellocatie Maas- band - gemeente Stein. Website Maasbandproject: www.maasbandproject.nl. Zie ook AiL nr. 127.

 
 
 
E-mailen
Map
Info