MaasBandProject
2019 - 2025

Onderzoekslocatie 5, Restgeul met kleivulling


Auteur MaasBandProject team

Deze locatie ligt in het zuidelijk deel van de te graven nevengeul net ten noorden van de Veldschuurdijk (onderzoekslocatie 4). Tijdens de graafwerkzaamheden ten behoeve van de bouw van de brug in april 2020 is in de top van het beddinggrind een geulinsnijding met aan de basis een grijze kleivulling aangetroffen met daarboven meerdere band- en lensvormige afzettingen van klei, zand en grind. Het onderzochte dwarsprofiel geeft het verloop van verschillende opvullingfasen weer die mogelijk nader in de tijd kunnen worden geplaatst door het bodemmateriaal te dateren.

Afb.1. Onderzoekslocatie 5 in geel aangegeven in het zuiden van de te ontgraven nevengeul (contouren van de nevengeul in rood). De gestippelde lijnen geven de andere onderzoekslocaties weer.

In deze kleiafzettingen zijn tijdens het onderzoek van het  dwarsprofiel in de profielwand goed geconserveerde organische resten zoals hout aangetroffen alsmede een bewerkt fragment leer. De kans is groot dat in de donkere, zuurstofloze  geulvulling nog meer organische resten zoals botmateriaal, eventueel van menselijke herkomst, aanwezig zijn. Het onderzoek bestaat uit het aanleggen van een archeologisch vlak in de top van de grijze kleilaag en een intensieve archeologische  begeleiding door middel van het geleidelijk laagsgewijs verdiepen van dit vlak tot op het grind.

Afb. 2. de restgeul, hierin zijn de verschillende bodemlagen goed zichtbaar.

Onderzoeksvragen:


• Zijn er binnen deelgebied 5 in de grijze kleilaag archeologisch relevante materiële resten aanwezig?
• Bevinden de resten/sporen zich op meerdere lagen?
• Hoe oud zijn de aangetroffen resten c.q. zijn de sedimenten waarin de resten zich bevinden?
• Hoe is de bodemopbouw en wat was het afzettingsmilieu ter plaatse van de resten?
• Bevat de kleilaag een pollenstratigrafie die nader onderzoek vereist?



De Maas is een rivier die de mens kansen biedt, maar ook gevaarlijk is voor de mens. We willen weten hoe de mens in het verleden met die twee aspecten is omgegaan. Daarom is het van belang te weten wanneer de mens zich hier gevestigd heeft. Een manier om daar zicht op te krijgen is de sporen die de mens in de bodem heeft achtergelaten te dateren en te analyseren. Een klassieke methode is de datering van de lagen, waarin de vondsten worden gedaan. Elders zullen de dijken worden onderzocht. Hier kan naast de materiële resten van menselijke activiteit ook de analyse van plantenmateriaal in de bodem interessant zijn. Dat kan ons helpen het landschap in het verleden te reconstrueren, en bijvoorbeeld laten zien hoe de mens van dat landschap gebruikt gemaakt heeft. 

 

Wat verbouwde hij op zijn akkers? Was er sprake van veeteelt? Maakten de mensen van griendhout gebruik, en wanneer? Waarschijnlijk lag deze locatie in het verleden niet zozeer in het akkergebied, maar ging het om graslanden waar het vee kon grazen. Welk vee was dat dan? Waren er vruchtbomen? Al dit soort gegevens kunnen ons helpen het leven van de mens in relatie tot de rivier en de oeverlanden in kaart te brengen. Donkere, organische kleilagen spelen hierin een belangrijke rol. Ze bevatten meestal resten van stuifmeelkorrels die een duidelijk beeld kunnen geven over de vegetatie in het verleden rondom de op dat moment nog watervoerende geul.


 

 
 
 
E-mailen
Map