MaasBandProject
2019 - 2025

Onderzoekslocatie 1, restgeul van de Maas “Op de Klouwen”

Auteur MaasBandProject team

Restgeul van de Maas

Uit het onderzoek "Historische Maaslopen", dat beschreven is in de bureaustudie van het MaasBandProject, is gebleken dat zowel de Oeverendijkgeul als de geul "Op de Klouwen" vanaf het jaar 1686 geen actieve of watervoerende geulen meer zijn geweest. Op de Ferrariskaart uit 1776 wordt er water in de geul getekend maar is de geul niet actief watervoerend. Hoge waterstand of overstromingen en dijkdoorbraken zoals in 1880 en 1926 konden de geul weer met water vullen. De kaarten beantwoorden echter niet de vraag wanneer de stroomgeul is ontstaan. Met dit artikel proberen we hierover meer duidelijkheid te geven.

Het uiterst zuidwestelijke deel van de te graven nevengeul snijdt dwars door het restant van "Op de Klouwen", de geul is globaal zuidoost-noordwest hiervan georiënteerd. In het rapport van het MaasBandProject betreft dit onderzoekslocatie 1, in geel aangeduid op afb. 1.

Afb.1. Onderzoekslocatie 1 in geel aangegeven aan de uiterste zuidwestkant van de te ontgraven nevengeul (contouren van de nevengeul in rood). De gestippelde lijnen geven de andere onderzoekslocaties weer.

Historische kaarten

De actieve fase van dit geulsysteem en de relatie met andere systemen, inclusief de huidige Maasloop, is nog niet eenduidig vastgesteld. Vooralsnog lijkt het een relatief jonge stroomgeul te betreffen waarvan de actieve watervoerende fase uit de periode 1150-1500 lijkt te dateren. De oudste kaart waarop de geul staat ingetekend is RAL-kaart 124 uit 1686. De geul is blijkbaar een goed zichtbaar element in het landschap en wordt ook in navolgende eeuwen op diverse kaarten ingetekend. Afbeelding 2 geeft daarvan enkele mooie voorbeelden.

Afb.2. De restgeul "Op de Klouwen" is vanaf 1686 ingetekend op diverse kaarten, in rood weergegeven.

Omslag onder Rekem

Aannemelijk zou kunnen zijn dat "Op de Klouwen" is ontstaan toen de Maas onder Rekem de omslag maakte, dit is gebeurd rond 1410. Bron: Archeologisch bureauonderzoek Weerterhof, Meers, gemeente Stein, Grontmij Archeologische Rapporten 798



De meanderbocht bij Meers en de Scharbergmeander waren nog niet ontwikkeld en hier ging (een gedeelte van) de Maas rechtdoor voordat de bocht naar het westen tot stand kwam. Door het steeds verder insnijden van de meander in de Scharberg kan "Op de Klouwen" afgesneden zijn van de hoofdstroom van de Maas. De geul "Op de Klouwen" werd met een steeds scherpere hoek benaderd. Enig moment stroomde de Maas hier voortaan rechtdoor richting de Koeweide. Vanaf dan is "Op de Klouwen" verland en voert deze geul alleen nog water bij hoge waterstanden.

Afb.3. De ontwikkeling van de Maas uit "Historische Maaslopen", "Op de Klouwen" en de Oeverendijkgeul zijn in rood weergegeven. De oudste Maasbedding is donkerblauw.

Restgeul van de Hemelbeek

Een andere mogelijkheid voor het ontstaan van "Op de Klouwen" vindt zijn oorsprong in de Hemelbeek in Elsloo.

Vóór de middeleeuwen stroomde de Maas heel aannemelijk westelijk van Rekem. De rivier stroomde langs Grimbie en Mechelen richting de huidige Weerterhof (welke destijds nog niet bestond) om deze westelijk te passeren en vervolgens via de meanderbocht van Vucht richting het noorden te stromen. Zie de schets in afb.4.

De Hemelbeek, gevoed door de Slakbeek en de bronnen uit de hellingen in het Elsloose bos, zal een stroom hebben gehad vanaf de huidige monding naar de toenmalige Maas. Ook de beek de Ruischer stroomde over de hellingen van de Scharberg langs de Scharbergmolen naar de Maas. Het is mogelijk dat deze ook aansluiting maakte op de Hemelbeek. Deze waterstroom kan zijn vervolg hebben gehad richting Kleine Meers om van daar via "Op de Klouwen" naar de Maas te stromen.

Afb.4. De mogelijke invloed van de loop van de Hemelbeek.

Verder onderzoek

Om inzicht te krijgen in de landschappelijke ontwikkeling van het plangebied en de stroomevolutie van de Maas in dit deel van het Maasdal, is het wenselijk dat de oude stroomgeul van "Op de Klouwen" en met name de geulvulling nader worden onderzocht.

Het onderzoek bestaat uit een profielsleuf dwars over de restgeul en de noordoostelijke geuloever. Er dient zowel een vlak- als profieldocumentatie plaats te vinden. De vlakdocumentatie is gericht op het opsporen van antropogene resten. De geulvulling inclusief het beddinggrind dient in relatie tot de aangrenzende alluviale dalbodem te worden onderzocht.

We hebben de volgende vragen voor onderzoekslocatie 1:

• Betreft het een oude stroomgeul van de Maas?
• Betreft het een oude stroomgeul van een beek?
• Wanneer was de geul actief als stroomgeul?
• Vanaf wanneer is de geul gaan verlanden en hoe is deze verlanding diachroon verlopen?
• Welke paleohydrologische informatie kan uit de analyse en datering van de restgeul sedimenten worden herleid?
• Komen in de geul sedimenten voor die behoudeniswaardige paleoecologische resten (fossielen om ecosystemen van het verleden te reconstrueren) kunnen bevatten?









 
 
 
E-mailen
Map